De Amerikaanse Artemis II missie, gepland voor februari 2026 markeert de terugkeer van mensen naar de maan na meer dan vijftig jaar afwezigheid. Hoewel dit een door NASA geleide missie is, speelt Europa een onmisbare rol in dit ambitieuze bemande ruimteprogramma. De Europese bijdrage aan Artemis II is substantieel en technologisch geavanceerd, met name door de levering van de European Service Module (ESM), die letterlijk het kloppende hart van het Orion ruimtevaartuig vormt.
De European Service Module: Europa's paradepaardje
De belangrijkste Europese bijdrage aan Artemis II is ongetwijfeld de European Service Module, ontwikkeld door het European Space Agency (ESA) in samenwerking met Airbus Defence and Space als hoofdaannemer. De ESM is geen bescheiden component, maar de kritieke module die Orion van voortstuwing, energie, thermische controle, lucht en water voorziet. Zonder de ESM kan Orion simpelweg niet functioneren in de ruimte. De ESM-2, specifiek gebouwd voor de Artemis II missie, is het resultaat van jarenlange Europese expertise in onbemande vrachtmissies, met name opgedaan met het Automated Transfer Vehicle (ATV) dat tussen 2008 en 2015 het Internationaal Ruimtestation bevoorraadde. Deze ervaring vormt de technologische ruggengraat van de huidige ESM-ontwikkeling. De module heeft een cilindrische vorm met een diameter van vier meter en een hoogte van eveneens vier meter. Met een massa van ongeveer dertien ton bij lancering is het een indrukwekkend stuk techniek. De ESM beschikt over 33 thrusters van verschillende grootte voor manoeuvres en oriëntatiecontrole, gevoed door vier ton brandstof. Het hoofdvoortstuwingssysteem is afkomstig van het Space Shuttle Orbital Maneuvering System, wat de transatlantische samenwerking in ruimtevaart benadrukt. Een opvallend kenmerk van de ESM zijn de vier fotovoltaïsche panelen die in een X-configuratie zijn gemonteerd. Deze zonnepanelen hebben een totale spanwijdte van negentien meter en kunnen tot 11,2 kilowatt elektriciteit opwekken, voldoende om twee huishoudens van energie te voorzien. De panelen zijn gebaseerd op technologie die ook bij satellieten wordt gebruikt, maar zijn speciaal aangepast voor de zware omstandigheden van deep space missies.
Europese industriële betrokkenheid
De ontwikkeling van de ESM is een pan-Europees project waarbij tientallen bedrijven uit verschillende lidstaten betrokken zijn. Airbus Defence and Space in Bremen, Duitsland, fungeert als hoofdaannemer en systeemintegrator. Daar vindt de definitieve assemblage en uitgebreide testing plaats in gespecialiseerde faciliteiten die zijn uitgerust voor werk aan bemande ruimtevaartuigen. Thales Alenia Space in Italië en Frankrijk levert cruciale structurele componenten en is verantwoordelijk voor verschillende subsystemen. Het Italiaanse ruimtevaartbedrijf heeft een lange geschiedenis in het bouwen van drukmodules en bewoonbare ruimtestructuren, expertise die ook in de ESM tot uiting komt, zij het dat de ESM zelf onbemand is. MT Aerospace in Duitsland produceert de primaire structuur van de module, inclusief de drukbulkhead die de scheiding vormt tussen de bevoorradingsruimte en de technische compartimenten. OHB System in Bremen draagt bij aan verschillende elektronische systemen en heeft ook componenten geleverd voor het databeheersysteem. Beyond Gravity (voorheen RUAG Space) uit Zwitserland speelt een belangrijke rol bij de thermische bescherming en isolatie, essentieel voor het beschermen van de bemanning tegen de extreme temperatuurverschillen in de ruimte. Nederlandse bedrijven zoals Airbus Netherlands leveren solar array mechanismen en andere precisiecomponenten. In totaal zijn er meer dan twintig Europese landen betrokken bij de ontwikkeling van de ESM, wat de internationale samenwerking binnen ESA weerspiegelt. Deze geografische spreiding zorgt niet alleen voor kennisdeling, maar versterkt ook de Europese ruimtevaartindustrie als geheel.

Productie en assemblage
De productie van de ESM-2 vond plaats in verschillende Europese faciliteiten, waarbij componenten vanuit het hele continent naar Bremen werden getransporteerd voor finale integratie. Het assemblageproces is bijzonder complex en vereist extreme precisie. Elk component wordt individueel getest voordat het wordt geïntegreerd, en vervolgens wordt de complete module onderworpen aan uitgebreide tests die de lancering en missieomstandigheden simuleren. Na voltooiing in Europa werd de ESM-2 verscheept naar NASA's Kennedy Space Center in Florida, waar de module werd gekoppeld aan de Crew Module Adapter en uiteindelijk aan de Orion crew module zelf. Deze integratie vereist nauwe samenwerking tussen Europese en Amerikaanse ingenieurs, waarbij elke interface minutieus wordt geverifieerd.
Technologische innovaties
De ESM bevat verschillende geavanceerde technologieën die speciaal voor deep space bemande missies zijn ontwikkeld. Het life support systeem voorziet de bemanningscapsule van zuurstof en water, waarbij water wordt opgeslagen in acht tanks die samen 240 liter bevatten. Het thermische controlesysteem moet extreme temperaturen het hoofd bieden, variërend van min 150 tot plus 200 graden Celsius, afhankelijk van de blootstelling aan de zon. Het voortstuwingssysteem combineert de hoofdmotor met de 33 kleinere thrusters voor precieze manoeuvres. Dit is cruciaal voor de complexe baanmanoeuvres die Artemis II zal uitvoeren, inclusief de trans-lunar injection burn die het ruimtevaartuig uit de aardbaan naar de maan stuurt, en de manoeuvres rondom de maan zelf. Een belangrijk aspect van de ESM is de betrouwbaarheid en redundantie van alle kritieke systemen. Omdat de module niet kan worden gerepareerd tijdens de missie, zijn alle vitale systemen dubbel of zelfs drievoudig uitgevoerd. Dit geldt voor de elektrische systemen, de voortstuwing en de thermische controle.
Toekomstige Europese betrokkenheid
De Europese betrokkenheid bij Artemis beperkt zich niet tot de Artemis II missie. ESA levert ook de service modules voor Artemis III en IV, de missies die respectievelijk astronauten op de maan zullen laten landen en de bouw van het Lunar Gateway zullen ondersteunen. Voor deze latere missies worden verdere verbeteringen en aanpassingen aan de ESM doorgevoerd, gebaseerd op de lessen die uit eerdere missies worden getrokken. Bovendien ontwikkelt ESA het International Habitat (I-Hab) en het ESPRIT-module voor het Lunar Gateway, het geplande ruimtestation in maanbaan. Deze modules zijn grotendeels gebaseerd op de expertise die is opgebouwd met de ESM en het eerdere ATV-programma. De participatie in Artemis geeft Europa niet alleen een stem in de internationale maanverkenning, maar verzekert ook toegang tot missies en wetenschappelijke mogelijkheden. In ruil voor hardware-leveringen krijgt ESA plaatsen voor Europese astronauten op toekomstige Artemis-missies, waaronder mogelijk maanlandingen.








